Sinds 2020 hebben ondernemers te maken met corona en de daarop ingestelde maatregelen. Het was mogelijk om bijzonder belastinguitstel aan te vragen tot en met 31 maart van dit jaar. Maar vanaf 1 oktober aanstaande moet er afgelost worden en wel in 7 jaar tijd in 84 gelijke maandtermijnen. De rente wordt bovendien steeds hoger, al begint men met een vriendelijk tarief. De invorderingsrente gaat, voor alle belastingschulden, stapsgewijs omhoog:

  • 1% vanaf 1 juli 2022
  • 2% vanaf 1 januari 2023
  • 3% vanaf 1 juli 2023
  • 4% vanaf 1 januari 2024

Het praktische stappenplan

Maar hoe bereid je je nu slim voor op de aflossing die komen gaat? We zetten een aantal heldere stappen voor je op een rijtje. En heb je nog vragen? Aarzel dan niet om contact met ons op te nemen.

1. Doe een eerste check: bekijk of de schuld binnen normale financieringsnormen past

Dit beoordeel je bijvoorbeeld door uit de jaarrekening van 2021, de totale rentedragende schuld te delen door de EBITDA, dus de winst vóór afschrijvingen, rente en belasting. Als deze hoger is dan 4x, dan is er in ieder geval nader onderzoek nodig. En, goed om te weten, wanneer je op dit moment naar een bank of andere financierende partij gaat, dan wordt de belastingschuld ook daadwerkelijk als een rentedragende lening meegenomen in de beoordeling.

2. Heeft de onderneming nog liquiditeitsruimte? Een ongebruikt bankkrediet of liquiditeit op bankrekeningen?

Sommige ondernemingen hebben wel geleend, maar dat geld niet uitgegeven. Dit betekent dat het op de balans terecht is gekomen. Bekijk in dat geval of je dit geld de komende periode nodig hebt en of je nog een ongebruikt bankkrediet hebt. Wanneer het rentepercentage op de belastingschuld op 1 januari aanstaande dan 2% wordt, dan kun je overwegen om je belastingschuld ineens af te lossen. En dan heb je altijd nog je ongebruikte bankkrediet om je liquiditeitsbehoefte op te vangen.

3. Beoordeel of de liquiditeit voldoende is als om het eerste jaar van aflossing te voldoen

Mocht de liquiditeit inderdaad voldoende zijn, dan geeft je dat immers wat meer tijd voordat winstgevendheid nodig is om af te lossen.

4. Is de vrije kasstroom uit de winstgevendheid voldoende voor aflossingen?

Idealiter zou dat (punt 3) inderdaad het geval moeten zijn. Wat ervaring met het opstellen daarvan is gewenst, maar als die er (nog) niet is, is de som van de nettowinst plus afschrijvingen een goede schatting. Is deze voldoende voor de aflossingsverplichtingen bij de Belastingdienst en andere financiers? Als dat zo is zit je voorlopig goed.

Als dat niet zo is, dus je vrije kasstroom uit de winstgevendheid is onvoldoende voor aflossingen, dan is het belangrijk om te bepalen wat er dan aangepast kan (en moet!) worden. Wellicht kan de operatie winstgevender worden. Maar vaak zit daar op de korte termijn niet heel veel rek in en kun je niet anders dan uitwijken naar de financieringsstructuur.

5. Uitwijken naar de financieringsstructuur

Tot slot, als je wel winstgevend bent, maar veel schuld hebt opgebouwd omdat je een aantal problemen hebt gefinancierd met de middelen van de Belastingdienst, is herstructurering van de financieringsstructuur een volgende keuze. Dat laatste is niet gemakkelijk en mogelijk pijnlijk voor meerdere stakeholders, maar voor in de kern gezonde bedrijven wel een belangrijke mogelijkheid om een nieuwe start te maken en relevant te blijven voor klanten en de samenleving. Alles beter dan een faillissement, waarin er uiteindelijk bijna alleen maar verliezers zijn. Dus voor alle stakeholders is het uiteindelijk toch goed om te kijken naar continuïteit.

De kern van het verhaal

Er is niets mis mee om wat checks te doen voor jezelf en het is zéker geen schande om te kijken naar herstructurering als een aantal antwoorden negatief blijken te zijn. Hoe eerder je erbij bent, hoe meer opties er immers nog openstaan.

Neem contact op

Wil je er meer over weten of even vrijblijvend overleggen? Neem dan contact met ons op. We kijken uit naar je bericht en helpen je graag met het vinden van de juiste antwoorden op de vragen die je, misschien inmiddels ook wel ’s nachts, bezighouden.